15Toen het de beurt was van Ester – de dochter van Abichaïl, die een oom was van haar pleegvader Mordechai – verlangde zij niets anders mee te nemen dan wat haar werd aangeraden door Hegai, de eunuch die de koning als haremwachter diende. En allen die Ester zagen, keken vol bewondering naar haar. 16Zo werd Ester bij koning Ahasveros gebracht, in het koninklijk paleis, in het zevende jaar van zijn regering, in de tiende maand, de maand tebet. 17En de koning voelde voor Ester meer liefde dan voor alle andere vrouwen, meer dan alle andere meisjes verwierf zij zijn bewondering en genegenheid. Daarom deed hij haar de koninklijke hoofdband om en maakte haar koningin in de plaats van Wasti.

Ester 2: 15-17

Ze verloor op jonge leeftijd haar beide ouders en werd dus al vroeg een weeskind, dat moest worden opgevangen door haar familie. Een neef ontfermt zich over haar en laat haar na verloop van tijd meedoen aan een schoonheidswedstrijd. Ze wint de voorrondes, komt in de finale en wint uiteindelijk de grote prijs; ze wordt koningin in het machtige Perzische rijk.

Het verhaal leest als een sprookje, als vreemdeling komt ze uit een ver land en hoewel ze wees is heeft ze vanwege haar schoonheid een glanzende carrière. Van kansloze wees is ze binnen de kortste keren maar liefst koningin van dat machtige Rijk, dat van India tot Egypte reikt. Een rijk dat haar roots omvat.

Een verhaal dat snel verloopt, maar even snel in een ijzingwekkende achtbaan verandert door de ambitieuze en ijdele Haman. Wanneer pleegvader Mordechai weigert de buigen voor Haman wordt dit een oordeel voor het hele Joodse volk, zij dreigen gedood te worden. Ester weet echter tegen alle heersende wetten in het lot van de Joden te keren en het volk te redden.

Haar Hebreeuwse naam Hadassa betekent mirteboom en haar Perzische naam Ester betekent ster. Mirte is een van de vier heilige planten (vaak een citroenboom, een dadelpalm, een mirte en een wilg) die in de Talmoed worden genoemd. De bijzondere geur, maar onplezierige smaak van mirte staat in dit geval voor degenen die goede daden hebben verricht, ondanks het feit dat zij geen kennis van de heilige geschriften van de Thora hebben. Ook dat is eigen wel toepasselijk, in het boek Ester wordt met geen woord over God geschreven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *